Zorgvisie en zorgbeleid
1 Onze zorgvisie

Als school stellen wij ons open voor alle kinderen. Elk kind krijgt bij ons dezelfde startkansen.
We houden rekening met de grote verscheidenheid binnen een klasgroep, want elk kind is anders, uniek en heeft zijn eigen vragen en noden. We willen ervoor zorgen dat alle kinderen krijgen waar ze recht op hebben.
Samen met het hele schoolteam, de zorgleerkrachten, de ouders, het CLB en andere externen engageren wij ons om elk kind zo goed mogelijk voor te bereiden op het leven in de huidige maatschappij.
Het bewaken van goede relaties met ouders, het CLB en andere externen behoort uiteraard tot onze opdracht.
De begeleiding van een kind met specifieke onderwijsnoden kunnen we als school niet alleen dragen. Daarom is er een grote betrokkenheid nodig van alle partners: de leerkracht als onderwijsexpert en de ouder(s) als opvoedingsdeskundige(n). Goed overleg, met wederzijds respect en vertrouwen, speelt hierbij een belangrijke rol. Soms is overleg met externe hulpverleners nodig; dit gebeurt steeds in samenspraak met de ouders.
Een goed uitgebouwd zorgbeleid vinden wij dan ook heel belangrijk.
Om hun deskundigheid en handelingsgerichtheid te versterken, volgen onze zorgleerkrachten regelmatig bijscholingen. Deze worden opgenomen in het nascholingsplan.
Onze kinderen ondersteunen zonder vooroordelen en vanuit een sterke pedagogische grondhouding maakt zorg tot een belangrijke pijler binnen ons didactisch handelen.
We streven ernaar dat zoveel mogelijk kinderen de minimumdoelen behalen.
Continu zorg dragen voor alle kinderen is onze missie.
2 Ons zorgbeleid

De zorg gebeurt in volgende fasen:
Fase 0: De brede basiszorg
Bij de inschrijving op onze school informeren we naar de individuele mogelijkheden, interesses en noden van het kind.
Weten wat een kind boeit en welke ondersteuning het nodig heeft, vinden we heel belangrijk.
We nemen contact op met de vorige school om relevante informatie te verkrijgen. Zo zorgen we ervoor dat we vanaf de start preventief en doordacht kunnen werken.
We vertrekken vanuit de visie dat elke leerkracht een zorgleerkracht is. Om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de onderwijsnoden van alle kinderen, is de klasleerkracht de eerste verantwoordelijke voor het nabij opvolgen van de ontwikkeling van het kind.
Vanuit deze visie besliste heet schoolbestuur om de klasgroepen, zowel in het kleuter als in het lager, te beperken tot maximaal 24 leerlingen.
Indien mogelijk worden de peuters en eerste kleuters opgesplitst of ondersteund door kinderverzorging.
Alle klasgroepen krijgen minstens één uur per week ondersteuning in de klas van een zorgleerkracht om op een gedifferentieerde manier te kunnen werken.
Daarnaast zijn er extra zorguren waarbij zorgleerkrachten op vraag van de klasleerkracht kunnen worden ingezet tijdens de klaswerking.
Het welbevinden en de positieve ingesteldheid van elk kind vormen de basis voor een goede leerhouding.
We proberen daarom elke vordering en/of inspanning positief te bevestigen, zodat elk kind zich gedragen en gerespecteerd voelt.
Een krachtige leeromgeving nodigt kinderen uit om actief deel te nemen aan het klasgebeuren.
Spontane en gerichte observaties helpen ons om zicht te krijgen op elk individueel kind én op de dynamiek binnen de klasgroep.
Vanuit deze gegevens sturen we zowel het klasgebeuren als het individueel handelen bij.
In het kleuteronderwijs wordt het welbevinden en de betrokkenheid systematisch geobserveerd door de klasleerkracht. Deze observaties worden besproken met de zorgcoördinator en kunnen aanleiding geven tot gerichte zorg. In de lagere school wordt het welbevinden en de betrokkenheid twee keer per jaar bevraagd via kindgesprekken.
Regelmatige toetsing helpt ons zicht te krijgen op de evolutie van de kinderen.
We beschouwen toetsen als een vorm van zelfevaluatie die ons toelaat na te gaan hoe effectief ons onderwijsaanbod is.
Tijdens vooraf geplande overlegmomenten worden de resultaten met de klasleerkracht besproken. Uit deze gesprekken kunnen acties volgen die zowel het kind als de leerkracht ondersteunen. Indien nodig wordt een overleg gepland met ouders, CLB of externe hulpverleners.
Brede basiszorg omvat o.a.:
- verlengde instructie
- hoekenwerk met gevarieerde en aangepaste materialen
- partnerlezen en niveaulezen
- contractwerk
- werken met klasprofiel
- meten van welbevinden en betrokkenheid
- ouderbetrokkenheid
- differentiatie
- duidelijke afspraken en regels
- …
Fase 1: Verhoogde zorg
Wanneer blijkt dat de brede basiszorg niet volstaat, worden de noden van het kind grondig in kaart gebracht. Vanuit deze analyse zoeken we naar mogelijke oplossingen, zodat we zorg op maat kunnen bieden binnen de klascontext.
Tijdens deze fase vinden er op geregelde tijdstippen overlegmomenten plaats tussen de klasleerkracht en de zorgcoördinator. De geboden ondersteuning wordt geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. Ook collega’s kunnen een waardevolle inbreng leveren, zodat de klasleerkracht zich gedragen en ondersteund voelt.
De ouders worden steeds op de hoogte gehouden van de geboden hulp en de effecten ervan.
Voorbeelden van verhoogde zorg:
- extra leertijd creëren
- kleine tekorten onmiddellijk remediëren
- inzetten van hulpmiddelen zoals afschrijfkaart, tafelkaart…
- uitbreidingstaken voor sterkere leerlingen
- extra begeleiding tijdens momenten van zelfstandig werk
- werken met niveaugroepen
Fase 2: Uitbreiding van zorg
Wanneer een kind ondanks alle ondersteuning weinig vooruitgang boekt, wordt een overleg tussen school en ouders gepland. Tijdens dit gesprek wordt toestemming gevraagd om het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding) te betrekken.
Pas na akkoord van de ouders plant de zorgcoördinator een overlegmoment met het CLB, waar een traject kan worden opgestart.
Samen met het CLB onderzoeken we welke bijkomende hulp en ondersteuning nodig en haalbaar is. We begeleiden het kind dan intensiever.
Afspraken en maatregelen worden genoteerd op het MDO‑formulier en later opgenomen in het zorgdossier.
Uitbreiding van zorg kan bestaan uit:
- ondersteuning door het CLB (onderzoek, observatie, advies…)
- inschakelen van externen (logopedisten, kinesisten, ondersteuningsnetwerk, revalidatiecentra…)
- REDICODI‑maatregelen:
- remediëren (gericht oefenen)
- differentiëren (werken op maat)
- compenseren (hulpmiddelen inzetten)
- dispenseren (individueel aangepast leertraject)
- …
Fase 3: Overstap naar een school op maat
Soms zijn de zorggrenzen van onze school bereikt en kunnen we een kind niet langer de ondersteuning bieden die het nodig heeft. In dat geval adviseren we een overstap naar een school die beter kan inspelen op de specifieke behoeften van het kind.
We begeleiden dit proces zorgvuldig en in samenwerking met:
- ouders
- directie
- leerkrachten
- zorgcoördinator
- CLB












